You are here

Informatie CAR-T

Informatie Kymriah en Yescarta (CAR-Ts)

Achtergrond

·         Op 27 augustus 2018 heeft de Europese Commissie  twee nieuwe middelen tot de markt toegelaten voor de behandeling van bepaalde vormen van leukemie, Kymriah (stofnaam tisagenlecleucel) van de firma Novartis en Yescarta (stofnaam axicabtagene ciloleucel) van de firma Gilead.

·         Beide middelen zijn weesgeneesmiddelen en de eerste twee chimerische antigeenreceptor T-cel (CAR-T) therapieën in Europa.

·         Kymriah is geregistreerd voor:

o   Kinderen en jongvolwassen patiënten tot de leeftijd van 25 jaar met refractaire B-cel acute lymfoblastaire leukemie (ALL), of met een recidief na stamceltransplantatie of met een tweede of later recidief van B-cel ALL.

o   Volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) na twee of meer lijnen systemische therapie.

·         Yescarta is geregistreerd voor:

o   Volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) na twee of meer lijnen systemische therapie.

o   Volwassen patiënten met primair mediastinaal grootcellig B-cel lymfoom (PMBCL).

·         Deze middelen worden bereid op basis van bloed van de patiënt zelf. Door middel van leukaferese, worden witte bloedcellen uit het bloed van de patiënt gefiltreerd. Bij deze middelen worden deze cellen op een andere locatie genetisch veranderd en daarna weer teruggebracht naar het betreffende ziekenhuis. De cellen worden vervolgens toegediend aan de patiënt. Iedere bereiding is dus specifiek voor één unieke patiënt en mag alleen aan die betreffende patiënt worden toegediend als enkelvoudige behandeling.

·         De behandeling bestaat uit een eenmalige toediening  en wordt gezien de complexiteit en het nieuwe karakter ervan in een beperkt aantal academische ziekenhuizen in Nederland toegepast.

Toelatingseisen die gelden na EMA beoordeling en EC marktautorisatie

·         De twee middelen vallen binnen de Europese Unie onder de regelgeving voor geneesmiddelen, en specifiek vallen deze onder de categorie Advanced Therapy Medicinal Product (ATMP) ofwel product voor geavanceerde therapie. De beoordeling van deze middelen voor marktautorisatie is dan ook gelijk aan die van andere geneesmiddelen.

·         ATMPs worden in vier klassen ingedeeld. De twee middelen vallen binnen de klasse gentherapie-geneesmiddelen. Het betreft cellen van een patiënt  met gewijzigde genetische informatie[1].

·         Het gebruik van cellen of weefsel van de patiënt, de bewerking daarvan, en het terugzetten van deze bij de patiënt is een complex proces. Vanuit ATMP wet- en regelgeving en de registratieautoriteit (EMA) worden specifieke eisen gesteld aan het productieproces, de logistiek, infrastructuur, training en certificatie van het behandelcentrum en zijn er diverse lokale vergunningen nodig om deze behandeling efficiënt en veilig toe te passen[2]:

o   ATMPs mogen alleen vervaardigd worden in een GMP-gecertificeerde productlocatie (GMP = good manufacturing practice). Dit geldt voor alle producten en productlocaties. GMP-certificaten worden afgegeven door de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

o   Instellingen die  ATMPs toepassen hebben hiervoor een vergunning nodig. Dit valt onder de regelgeving voor genetisch gemodificeerde organismen (GGO). De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) bepaalt of een vergunning wordt verleend.

o   De bedrijven die ATMPs in hun bezit hebben, hebben een erkenning  als weefselinstelling / orgaanbank (WVKL-erkenning) nodig. Deze procedure duurt standaard 120 dagen en kan pas starten nadat een middel officieel in Europa geregistreerd is. Het CiBG verleent de erkenning voor een weefselinstelling/orgaanbank.

·         In aanvulling op het bovenstaande doorlopen  alle ziekenhuizen die gaan werken met de twee geneesmiddelen voor elke leverancier apart een accreditatieproces. Een onderdeel hiervan is dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) een deel van de trainingsmaterialen goed keurt. Deze procedure duurt maximaal 74 dagen.

·         Afhankelijk van de voortgang van deze processen is de verwachting dat de behandelingen op zijn vroegst in januari 2019 in de praktijk toegepast kunnen worden.

Vergoedingsprocedure

·         De twee geneesmiddelen zijn door de minister in de sluis geplaatst (Staatscourant Nr. 40602 20 juli 2018). Dit betekent dat er eerst een beoordeling door het Zorginstituut uitgevoerd wordt en mogelijke onderhandelingen over de prijs plaatsvinden eer de geneesmiddelen in aanmerking komen voor vergoeding vanuit het verzekerde pakket. 

·         Zodra het Zorginstituut de definitieve dossiers heeft ontvangen, wordt de beoordelingsprocedure gestart. Het Zorginstituut is al begonnen met de voorbereidingen hiervan. De tijdsduur hangt af van de input van de verschillende veldpartijen, vragen vanuit de Wetenschappelijke Advies Raad (WAR) en de volledigheid van het door de leverancier ingediende dossier. Naar verwachting zal het 4 maanden duren voordat een advies aan de minister voor Medisch Zorg en Sport afgegeven kan worden.

Conclusie

·         Door de complexiteit van bovenstaande processen en de verschillende partijen die hierbij betrokken zijn is het de verwachting dat beide middelen, onafhankelijk van de vergoedingsprocedure, op zijn vroegst in januari 2019 beschikbaar zijn.

·         De verwachting is dat de minister in het voorjaar van 2019 een vergoedingsbesluit zal nemen.

 

 


[1],2 Hegger, I., Vonk, R.A.A., Weda, M. Toekomstverwachtingen over ATMPs. RIVM briefrapport 2017-0169