Geneesmiddeldossiers

Add-ons hematologie

Op 1 januari 2017 is een nieuw bekostigingsbeleid voor add-ons van kracht. Klik op de link hieronder voor alle informatie over de add-ons hematologie

Lees meer ...

Beoordelingen Zorginstituut

Alleen toegankelijk voor leden NVvH (inloggen noodzakelijk)

Biosimilars

Biologicals & biosimilars

mei 2017

De EMA heeft informatie over biosimilars gebundeld in "Biosimilars in the EU - a guide for healthcare professionals"

mei 2017

Herziening standpunt biosimilars Federatie Medisch Specialisten in 2017:

Ingegeven door nieuwe wetenschappelijke informatie over het omzetten van biologische geneesmiddelen is de werkgroep Geneesmiddelen van de raad Kwaliteit het standpunt Biosimilars bezig met een herziening. De traceerbaarheid blijft een heikel punt. De NVvH heeft er wederom bij de FMS voor gepleit dit primair de verantwoordelijkheid van de apotheek te laten zijn, en dus niet van de voorschrijvend medisch specialist. Klik hier om naar het standpunt op het besloten deel van de website te gaan (inloggen noodzakelijk)

oktober 2015

Standpunt biosimilars Federatie Medisch Specialisten (versie oktober 2015)

maart 2015

Eind maart 2015 heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) haar standpunt over biosimilars geactualiseerd. Dit is voor de Federatie Medisch Specialisten aanleiding het eigen standpunt (versie maart 2015) kritisch te bekijken. Op dit moment wordt het standpunt over biosimilars van de Federatie Medisch Specialisten geredigeerd, zodanig dat het qua evidence en terminologie aansluit bij het standpunt van het CBG. Zeer binnenkort is het herziene standpunt hier te downloaden.

Het standpunt dat nu wordt herzien werd op 3 maart 2014 door het bestuur van de NVvH goedgekeurd.

februari 2015

Standpunt biosimilars. Dit standpunt van de werkgroep Geneesmiddelen van de Raad Kwaliteit (Federatie Medisch specialisten) is opgesteld in afstemming met o.a. de betrokken deelspecialistische verenigingen van de NIV. (het standpunt werd in november 2014 in een NVvH bestuursvergadering besproken, commentaar werd aan de NIV gezonden)

2012

Een aantal zorgverzekeraars heeft in 2010 aangegeven hun preferentiebeleid te willen uitbreiden met biosimilars: patentvrije (goedkopere) varianten van bestaande biologicals. In eerste instantie gaat het om biosimilars van erytropoëtine, G-CSF (filgrastim) en groeihormonen (somatropine).

Vanwege de complexe structuur van het eiwitmolecuul, is een biosimilar – hoewel gelijkwaardig in termen van kwaliteit, veiligheid en effectiviteit - niet identiek aan het innovator (merk)geneesmiddel. Substitutie van biologische geneesmiddelen verschilt dan ook principieel van substitutie van spécialités door generieke medicatie (waarvan de werkzame stof een chemische substantie is). Zo kan immunogeniteit een rol spelen. Op het eerste conceptadvies van CVZ naar aanleiding van de plannen van de zorgverzekeraars tot uitbreiding van het preferentiebeleid, hebben HOVON en NVvH gezamenlijk gereageerd. In het herziene concept dat in de zomer van 2011 op de agenda van de CVZ stond, lijkt men aan te sturen op een situatie waarin het overzetten van bestaande gebruikers op een biosimilar alleen in overleg met de behandelend arts mag plaatsvinden, en alleen voor de indicatie en het werkingsgebied waarvoor de biosimilar is geregistreerd. Voor nieuwe gebruikers ziet men op dit moment geen reden om terughoudend te zijn met een preferentiebeleid voor biologicals.

De voorschrijfvrijheid van de arts lijkt echter niet in het geding. Door het recept te voorzien van de aantekening “MN” (medische noodzaak) ontstaat nog altijd 1) voor de apotheker de verplichting om het specifieke (merk)geneesmiddel te leveren en 2) voor de zorgverzekeraar de plicht om dit aan de verzekerde te vergoeden.

Alle hierboven genoemde biologicals (somatropine, epoëtine, filgrastim) wordt alleen onder speciale voorwaarden vergoed vanuit de basisverzekering. Een biological als epoëtine alfa wordt vaak verstrekt in de thuissituatie onder verantwoordelijkheid van de medisch specialist. De komende jaren zal ook van andere biologicals (o.a. rituximab) het patent verlopen. De eerste aanvragen voor een handelsvergunning voor biosimilars van dit middel zijn al door de EMA ontvangen.

Horizonscan (werkgroep hematologie en oncologie)

De Horizonscan Geneesmiddelen is een integraal, openbaar en zo objectief mogelijk overzicht van welke innovatieve geneesmiddelen op de markt verwacht worden en de mogelijk impact hiervan. Ook monitort de Horizonscan indicatie-uitbreidingen van bestaande innovatieve geneesmiddelen. De Horizonscan richt zich op de intramurale en extramurale geneesmiddelen. De Horizonscan kijkt maximaal twee jaar vooruit. Op die manier is er voldoende zicht op de ontwikkelingen voor het aankomende contractjaar (tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen) en tegelijk wordt niet te ver vooruitgekeken, omdat de informatie dan meer onzekerheden bevat.

Om een zo goed en volledig mogelijk beeld van de ontwikkelingen in kaart te brengen wordt voor de inhoud van deze Horizonscan samengewerkt met vele tientallen experts. Dit zijn medisch specialisten, (ziekenhuis)apothekers, vertegenwoordigers van zorgverzekeraars en vertegenwoordigers van patienten.De eindverantwoordelijkheid over de inhoud van de Horizonscan ligt bij het Zorginstituut. Het Zorginstituut heeft deze taken per 1 januari 2017 overgenomen van het ministerie van VWS.

In het proces van de Horizonscan Geneesmiddelen hebben zeven inhoudelijke werkgroepen een belangrijke rol. Zij signaleren en analyseren de ontwikkelingen van de innovatieve geneesmiddelen op het betreffende domein en schatten de klinische impact van deze nieuwe geneesmiddelen (of uitbreidingen van indicaties) voor de Nederlandse situatie. Een werkgroep bestaat uit medisch specialisten, (ziekenhuis)apothekers, vertegenwoordiger(s) namens de zorgverzekeraars en vertegenwoordiger(s) namens de patiënten. Ook vertegenwoordigers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Zorginstituut Nederland nemen deel aan de werkgroepen.

Werkgroep 1: Oncologie en Hematologie

De samenstelling van de werkgroep Oncologie en Hematologie is als volgt:

Informatie CAR-T

Informatie Kymriah en Yescarta (CAR-Ts)

Achtergrond

·         Op 27 augustus 2018 heeft de Europese Commissie  twee nieuwe middelen tot de markt toegelaten voor de behandeling van bepaalde vormen van leukemie, Kymriah (stofnaam tisagenlecleucel) van de firma Novartis en Yescarta (stofnaam axicabtagene ciloleucel) van de firma Gilead.

·         Beide middelen zijn weesgeneesmiddelen en de eerste twee chimerische antigeenreceptor T-cel (CAR-T) therapieën in Europa.

·         Kymriah is geregistreerd voor:

o   Kinderen en jongvolwassen patiënten tot de leeftijd van 25 jaar met refractaire B-cel acute lymfoblastaire leukemie (ALL), of met een recidief na stamceltransplantatie of met een tweede of later recidief van B-cel ALL.

o   Volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) na twee of meer lijnen systemische therapie.

·         Yescarta is geregistreerd voor:

o   Volwassen patiënten met een recidief of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) na twee of meer lijnen systemische therapie.

o   Volwassen patiënten met primair mediastinaal grootcellig B-cel lymfoom (PMBCL).

·         Deze middelen worden bereid op basis van bloed van de patiënt zelf. Door middel van leukaferese, worden witte bloedcellen uit het bloed van de patiënt gefiltreerd. Bij deze middelen worden deze cellen op een andere locatie genetisch veranderd en daarna weer teruggebracht naar het betreffende ziekenhuis. De cellen worden vervolgens toegediend aan de patiënt. Iedere bereiding is dus specifiek voor één unieke patiënt en mag alleen aan die betreffende patiënt worden toegediend als enkelvoudige behandeling.

·         De behandeling bestaat uit een eenmalige toediening  en wordt gezien de complexiteit en het nieuwe karakter ervan in een beperkt aantal academische ziekenhuizen in Nederland toegepast.

Toelatingseisen die gelden na EMA beoordeling en EC marktautorisatie

·         De twee middelen vallen binnen de Europese Unie onder de regelgeving voor geneesmiddelen, en specifiek vallen deze onder de categorie Advanced Therapy Medicinal Product (ATMP) ofwel product voor geavanceerde therapie. De beoordeling van deze middelen voor marktautorisatie is dan ook gelijk aan die van andere geneesmiddelen.

·         ATMPs worden in vier klassen ingedeeld. De twee middelen vallen binnen de klasse gentherapie-geneesmiddelen. Het betreft cellen van een patiënt  met gewijzigde genetische informatie[1].

·         Het gebruik van cellen of weefsel van de patiënt, de bewerking daarvan, en het terugzetten van deze bij de patiënt is een complex proces. Vanuit ATMP wet- en regelgeving en de registratieautoriteit (EMA) worden specifieke eisen gesteld aan het productieproces, de logistiek, infrastructuur, training en certificatie van het behandelcentrum en zijn er diverse lokale vergunningen nodig om deze behandeling efficiënt en veilig toe te passen[2]:

o   ATMPs mogen alleen vervaardigd worden in een GMP-gecertificeerde productlocatie (GMP = good manufacturing practice). Dit geldt voor alle producten en productlocaties. GMP-certificaten worden afgegeven door de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

o   Instellingen die  ATMPs toepassen hebben hiervoor een vergunning nodig. Dit valt onder de regelgeving voor genetisch gemodificeerde organismen (GGO). De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) bepaalt of een vergunning wordt verleend.

o   De bedrijven die ATMPs in hun bezit hebben, hebben een erkenning  als weefselinstelling / orgaanbank (WVKL-erkenning) nodig. Deze procedure duurt standaard 120 dagen en kan pas starten nadat een middel officieel in Europa geregistreerd is. Het CiBG verleent de erkenning voor een weefselinstelling/orgaanbank.

·         In aanvulling op het bovenstaande doorlopen  alle ziekenhuizen die gaan werken met de twee geneesmiddelen voor elke leverancier apart een accreditatieproces. Een onderdeel hiervan is dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) een deel van de trainingsmaterialen goed keurt. Deze procedure duurt maximaal 74 dagen.

·         Afhankelijk van de voortgang van deze processen is de verwachting dat de behandelingen op zijn vroegst in januari 2019 in de praktijk toegepast kunnen worden.

Vergoedingsprocedure

·         De twee geneesmiddelen zijn door de minister in de sluis geplaatst (Staatscourant Nr. 40602 20 juli 2018). Dit betekent dat er eerst een beoordeling door het Zorginstituut uitgevoerd wordt en mogelijke onderhandelingen over de prijs plaatsvinden eer de geneesmiddelen in aanmerking komen voor vergoeding vanuit het verzekerde pakket. 

·         Zodra het Zorginstituut de definitieve dossiers heeft ontvangen, wordt de beoordelingsprocedure gestart. Het Zorginstituut is al begonnen met de voorbereidingen hiervan. De tijdsduur hangt af van de input van de verschillende veldpartijen, vragen vanuit de Wetenschappelijke Advies Raad (WAR) en de volledigheid van het door de leverancier ingediende dossier. Naar verwachting zal het 4 maanden duren voordat een advies aan de minister voor Medisch Zorg en Sport afgegeven kan worden.

Conclusie

·         Door de complexiteit van bovenstaande processen en de verschillende partijen die hierbij betrokken zijn is het de verwachting dat beide middelen, onafhankelijk van de vergoedingsprocedure, op zijn vroegst in januari 2019 beschikbaar zijn.

·         De verwachting is dat de minister in het voorjaar van 2019 een vergoedingsbesluit zal nemen.

 

 


[1],2 Hegger, I., Vonk, R.A.A., Weda, M. Toekomstverwachtingen over ATMPs. RIVM briefrapport 2017-0169

 

 

Paard ATG bij ernstige aplastische anemie (ATGAM)

Ga naar de registratie aplastische anemie

Vanaf mei 2012 kan ATGAM door de ziekenhuisapotheker rechtstreeks bij Pfizer BV worden besteld via een speciaal formulier plus artsenverklaring.  

Dit traject levert een aanzienlijke besparing op t.o.v. bestellen via de internationale apotheek.

Bij bestelling via Pfizer B.V. onderstaand NIEUW formulier plus artsenverklaring gebruiken (18-10-2016).

Inmiddels is contact gezocht met CFH (CVZ) om de mogelijkheden te onderzoeken voor een tegemoetkoming in de kosten van het voorschrijven/gebruik van ATGAM.

Patiënten met een ernstige vorm van aplastische anemie die niet in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie, hebben als enige goede behandelingsmogelijkheid antithymocyte globuline (ATG). Zonder behandeling zullen deze patiënten transfusieafhankelijk blijven en overlijden, meestal aan infecties bij verminderde afweer.

In 2011 is de handelsvergunning voor paard-ATG (Lymphoglobuline van Genzyme) op verzoek van de producent ingetrokken en is alleen nog konijn-ATG op de Nederlandse markt beschikbaar.

In een grote prospectieve gerandomiseerde studie van de USA National Institutes of Health (NIH), is konijn-ATG (Thymoglobuline) vergeleken met paard-ATG (ATGAM, Pfizer), allebei in combinatie met ciclosporine. De respons (35%) en overleving (55%) in het konijn-ATG arm was beduidend slechter dan in het paard-ATG arm (respons 62% en overleving 85%) (artikel New England Journal of Medicine: N Engl J Med 2011;365:430-8.). Soortgelijke resultaten werden waargenomen in een voorlopige analyse van 35 patiënten in een recente EBMT studie.

Beschikbaarheid paard-ATG

De beschikbaarheid van paard-ATG (ATGAM, Pfizer) is momenteel vrijwel uitsluitend beperkt tot Noord-Amerika. Binnen de EU is geen geregistreerd alternatief beschikbaar. EBMT SAAWP heeft inmiddels het European Medicines Agency (EMA) en Pfizer dringend verzocht paard-ATG (ATGAM) in Europa beschikbaar te maken (artikel The Lancet: 6 juli 2011;  DOI:10.1016/S0140-6736(11)60817-9).

In Nederland is het mogelijk ATGAM te importeren onder overlegging van een artsenverklaring. Tot voor kort diende bestelling via de internationale apotheek te lopen (de kosten bedroegen voor een patiënt van 70 kg ruim 33.000 euro). Behandeling met Thymoglobuline voor dezelfde patiënt kostte 5.635 euro. De extra kosten bij gebruik van paard-ATG (ATGAM) komen volledig ten laste van het ziekenhuisbudget aangezien ze niet vergoed worden door de zorgverzekering.  Sinds mei 2012 kan ATGAM door de ziekenhuisapotheker rechtstreeks bij Pfizer BV worden besteld via een speciaal formulier plus artsenverklaring. Dit traject levert een aanzienlijke besparing op t.o.v. bestellen via de internationale apotheek.

Patiënten die behandeld worden met het inferieure konijn-ATG hebben een grotere kans om door falen van de behandeling als tweedelijns behandeling een allogene stamcel transplantatie met een verwante of onverwante donor te moeten ondergaan. Deze procedure is niet alleen veel duurder (kosten resp. 100.000 euro en 170.000 euro) dan eerstelijns behandeling met ATGAM, maar kent ook een hoge morbiditeit en mortaliteit.

Inmiddels is contact gezocht met CFH (CVZ) om de mogelijkheden te onderzoeken voor een tegemoetkoming in de kosten van het voorschrijven/gebruik van ATGAM.

Toestemming IGZ

Toestemming vooraf van IGZ is (nog) niet vereist voor het importeren van geneesmiddelen waarvoor in Nederland geen handelsvergunning geldt. Achteraf zal wel worden getoetst of is gehandeld conform de bepalingen in artikel 3.17 van de Regeling Geneesmiddelenwet. Zie hierover de informatie op de website van de Inspectie  (http://www.igz.nl/onderwerpen/geneesmiddelen-en-medische-technologie/geneesmiddelen/aanvragen_toestemming/ ).

Actie NVvH

Reeds in september 2011, stuurde de NVvH een brief aan de Inspectie voor de gezondheidszorg over de beschikbaarheid van paard-ATG.

In mei 2012 volgde een brief aan het College van Zorgverzekeringen, waarin om een tegemoetkoming in de kosten wordt gevraagd (kosten die ziekenhuizen moeten maken om ATGAM te importeren). 

Richtlijn Aplastische Anemie

Een door de NVvH ingestelde werkgroep heeft in 2013 de NVvH richtlijn Aplastische Anemie opgesteld (deze werd vooraf ter becommentariering aan alle NVvH-leden gestuurd).

Er is hard gewerkt aan het opzetten van een “patient registry”. Dit om uiteindelijk een succesvolle aanvraag bij CVZ te kunnen indienen voor vergoeding van ATGAM.

Pay-for-benefit procedure Pomalidomide

Pay-for-benefit systematiek bij vergoeding van Pomalidomide

PROCEDURE

Verzekeraars, HOVON/NVvH, IKNL en de firma Celgene, hebben bilaterale overeenkomsten gesloten over de vergoeding van Pomalidomide. Deze aangekondigde pay-for-benefit systematiek is inmiddels van start gegaan.

Ziekenhuizen krijgen na het sluiten van een specifieke overeenkomst met betrokken verzekeraars Pomalidomide volledig vergoed, mits voorgeschreven volgens richtlijn en geregistreerd via HOVON. Indien onvoldoende respons op de behandeling zullen de verzekeraars vanuit de firma Celgene een deel van de eerder betaalde vergoeding terugkrijgen, volgens een zogenaamd pay-for-benefit systeem. Daarnaast vindt korting plaats bij langdurig gebruik bij goede responders.

De betrokken verzekeraars (o.a. Menzis, ASR, Achmea, ONVZ, Zorg en Zekerheid en Eno) kunnen inmiddels de directies van de 29 HOVON echelon A, B, C ziekenhuizen benaderd hebben voor een aanvullend contract in deze. Het is van groot belang, dat deze specifieke contracten afgerond worden vanuit de ziekenhuizen, zodat de voorschrijvers geen hinder ondervinden wanneer zij Pomalidomide geïndiceerd achten bij hun patiënten.

Teneinde start en stop van de behandeling en responsmonitoring goed vast te kunnen leggen, is aanmelding van de patiënt bij HOVON-ALEA (voorheen HOVON-TOP), als ware het een studiepatiënt, essentieel. Let op dat elke patiënt, onafhankelijk van de verzekeraar, die start met pomalidomide, aangemeld dient te worden. Buiten aanmelding bij HOVON en bespreking in een  regionaal MDO, worden van betrokken hematoloog GEEN registratie-werkzaamheden verwacht. HOVON zal lokale IKNL datamanagers vervolgens vragen prospectief de data te verzamelen, zoals dat ook gebeurt in het kader van de IKNL-kankerregistratie.

Artsen, apothekers en directies van echelon A, B en C ziekenhuizen zijn al eerder middels een brief van HOVON en de NVvH geïnformeerd.