You are here

DOT Hematologie

Een oproep aan eenieder met relevante kennis en ervaring om zitting te nemen in de DOT expertisegroep!


 

DOT voorjaar 2016 

De wijzigingsverzoeken 201940 en 201941 (zie hieronder) zijn nog steeds door de NZa in behandeling. Een aantal leden van de DOT expertisegroep hebben de NZa bezocht om de verzoeken nader toe te lichten.

Een derde wijzigingsverzoek gaat ingediend worden en heeft betrekking op het opheffen van de parallelle DBC structuur tijdens het Tx traject (chemo-traject en Tx-traject). De regelgeving omtrent parallelliteit is niet geheel correct uitgewerkt door de NZa, want was oorspronkelijk alleen bedoeld voor fase I. 

Als laatste is de NZa verkennende gesprekken aan het voeren om te onderzoeken of “dagverpleging” als aparte zorgactiviteit behouden moet blijven.
Het registreren van de ZA “dagverpleging” leidde bij een analyse in VUmc slechts in 15% tot een verzwaring van een zorgproduct.
Wij denken dat de registratie van de activiteit “dagverpleging” zonder probleem kan komen te vervallen, mits er voor alle handelingen die op de dagbehandeling worden verricht passende zorgactiviteiten ontwikkeld worden. Bij de hematologie is het aantal handelingen waar een nieuwe zorgactiviteit voor ontwikkeld zou moeten gaan worden zeer gering.
De NZa gaat eerst verdere analyses doen.
Voordat dit zijn beslag gaat krijgen, gaat de analyse eerst nog in betrokken wetenschappelijke verenigingen besproken worden.

DOT najaar 2015 

De DOT Expertisegroep van NVvH en HOVON vergaderde in 2015 twee maal. Daarnaast heeft de expertisegroep geregeld onderling per mail afgestemd over (lopende en nieuwe) wijzigingsverzoeken, ICD-10, de problematiek die is ontstaan door het verkorten van de doorlooptijden naar 120 dagen voor de SCT gerelateerde nazorg, registratie complicatie oncologie, taakherschikking etc.

Wijzigingsverzoeken

Sinds 2015 worden alleen de noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd die vanuit het veld worden aangevraagd. Dit heeft mede te maken omdat er in de release van 2015 drie grote projecten gerealiseerd dienen te worden en die alle specialismen zullen raken. Het gaat om de verkorting doorlooptijden en het ICD10 –project. Daarnaast zijn er in 2015 integrale tarieven geïntroduceerd. Bij het project integrale tarieven zal het honorarium van de specialist onderdeel worden van het tarief van de zorgproducten. Elke instelling is vrij om te beslissen hoe het integrale tarief tot stand komt.

De stand van zaken met betrekking tot de ingediende wijzigingsverzoeken was eind 2015 als volgt.

201939 - de terminologie 'bij gemetastaseerde tumoren' wordt gewijzigd in 'Bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten'. Wijzigingsverzoek gaat in per 1-1-2017 (RZ17a): 

201940 - Zorgproduct 2899007:  Door de aanscherping van de definitie van dagverpleging zullen er trajecten tot uitval gaan leiden omdat er niet wordt voldaan aan de 30 dagen daagverpleging. Het voorstel van de Nza is om de producten voor acute leukemie te verwijderen en de registratieregels voor oncologie te laten gelden voor deze trajecten. Dit is niet wenselijk, de registratieregels voor de oncologie zouden alleen moeten gelden voor de ALL. Het voorstel van de Nza is afgewezen. Er wordt een nieuwe afspraak gepland om een betere uitwerking van het verzoek te bespreken voor de RZ18a.

201941 – Er ontstaan zwevende verrichtingen bij het werk en de geleverde zorg  ten behoeve van Sib typeringen zonder identieke match bij stamceltransplantaties. Er is géén aanpassing van de productstructuur nodig, want er bestaat een zorgproduct 979003024 search verwante donor zonder afname. De search wordt geregistreerd op naam van de donor, maar de zorgverzekeraar zorgt ervoor dat deze verrichting ten laste komt (betreft eigen bijdrage) bij de beoogde ontvanger en niet bij de donor. Zorgverzekeraars Nederland heeft gevraagd om hierover een bepaling op te nemen in de Nadere Regel. In de Nadere Regel voor de RZ16b komt een algemene bepaling over de kosten van de donor.

201918 - In zorgproductgroep 039899 wordt zorgactiviteit 039140 Verstrekking biologicals of immuunglobulines per infuus of per injectie bij kinderen bij niet-oncologische diagnosen (excl. chemotherapie, chemo- immunotherapie, immunotherapie zie 039144 t/m 039146) uitgevraagd. Deze zorgactiviteit is bestemd voor kindergeneeskunde. Door het ontbreken van een dergelijke zorgactiviteit voor volwassenen was afleiding naar de volgende DBC-zorgproducten niet mogelijk:

Vanaf 1 januari 2015 is zorgactiviteit 039137 Verstrekking biologicals per infuus of per injectie bij niet- oncologische diagnosen (excl. bij kinderen zie 039140) beschikbaar. In plaats van zorgactiviteit 039140 (voor kinderen) kan zorgactiviteit 039137 (voor volwassenen) worden vastgelegd. Deze zorgactiviteit is met ingang van 1 januari 2016 typerend voor de afleiding naar de genoemde DBC- zorgproducten

Taakherschikking

In de RZ15b is een verduidelijking gekomen van de definitie van een poli consult in het kader van de taakherschikking. Verpleegkundig specialisten of PA’s mogen per 1-1-2015 een consult registreren. Bij meerdere polikliniekbezoeken op één kalenderdag dient er sprake te zijn van afzonderlijke (niet aansluitende) consulten. Een consult tijdens een dagbehandeling mag niet geregistreerd worden, wel een consult en daarna dagbehandeling. 

Nazorg SCT

Door de verkorting van de doorlooptijden naar 120 dagen is het oude 365 dagen-traject opgeknipt in drie producten van 120 dagen. Bij de uitvoering van het nazorg traject in regionaal verband dient dus goed gelet te worden op de registratie van deel twee en drie op dag 120 en dag 240.

DOT Nieuwsbrief najaar 2014 

Bijeenkomst mei 2014

Op 27 mei 2014 heeft er een plenaire bijeenkomst met de leden van de NVVH plaatsgevonden, georganiseerd door de DOT expertisegroep en enkele leden van het bestuur van de NVvH. Hierbij heeft Jaap Stam vanuit DBC-onderhoud een presentatie gegeven. Er is een uitgebreid verslag van deze bijeenkomst beschikbaar; hieronder de belangrijkste punten van deze bijeenkomst uiteengezet:

  • Met de invoering van prestatiebekostiging in 2012 is 80% van de producten in het B-segment ingedeeld. Het B-segment tarief is vrij onderhandelbaar met de zorgverzekeraars. WBMV-functies, zoals SCT, vallen in het A-segment. De tarieven worden landelijk vastgesteld op basis van aanlevering van interne kosten en producten. Alleen de vergunninghouder (instelling) mag het zorgproduct declareren. In andere gevallen is sprake van onderlinge dienstverlening waarvoor ziekenhuizen onderling facturen sturen.
  • Registratie- en sluitingsregels: De doorlooptijden worden in 2015 verkort naar maximaal 120 dagen (zie ook verderop in de nieuwsbrief). Deze maatregel is een wens van de overheid om eerder inzicht in de schadelast te krijgen.
  • Voor ziekenhuis en specialist betekent dit dat eerder gefactureerd kan worden. Gemiddeld zal het onderhanden werk met 15% dalen.  
  • Effect voor de hematologie is ongeveer 3-5% op landelijk niveau. 
  • Bij vervolgtrajecten opent de ziekenhuis software op dag 121 een nieuw zorgproduct. Het zorgproduct wordt gesloten na een periode van 3x 120 dagen. In de huidige beleidsregel staat vermeld dat max. 1 keer per jaar een nazorgproduct gedeclareerd mag worden. De beleidsregel wordt aangepast naar 3 keer per jaar.
  • De regels voor dure geneesmiddelen zijn gewijzigd. Voor een compleet overzicht van de nieuwe procedure verwijzen we u naar de website van de NZa (http://www.nza.nl/zorgonderwerpen/zorgonderwerpen/ziekenhuiszorg/nieuws/Wijzigingen-dure-geneesmiddelen-(add-ons)-per-2015/). Zorgaanbieders en zorgverzekeraars kunnen samen een aanvraag doen voor het opnemen of verwijderen van middelen op de add-on lijst. In de huidige systematiek moet het ziekenhuis een vinkje zetten of is geleverd conform indicatie van de lijst dure geneesmiddelen. Mogelijk moet de medisch specialist straks zelf aangeven wat de indicatie is.

Uitleg over registratie palliatieve zorg

Aan de registratie van de zorgactiviteit 039928 die gebruikt wordt voor begeleiding van supportive care/palliatieve  zorg zitten geen extra voorwaarden. Er moet uiteraard wel een face-to-face contact plaatsvinden met een medisch specialist om deze zorgactiviteit te mogen registreren.

Aan de palliatieve zorg DOT zorgproducten (zorgproductgroep 990040- Palliatieve zorg) zijn wel een aantal vereisten:

  • Indien alleen nog palliatieve zorg wordt verleend, kan er een zelfstandige zorgvraag worden geopend (diagnose 313.050), de zorgactiviteit multidisciplinair Palliatief overleg (190006) en minimaal 1 poliklinisch consult.
  • Indien er naast andere zorg ook palliatieve zorg wordt verleend, mag er geen apart product afgeleid worden. Er dient een begeleidingscode 39928 (Begeleiding van oncologie patiënten tijden supportive care/palliatieve zorg zonder chemo- en/of hormoontherapie) te worden geregistreerd (bij elk bezoek).

Ontwikkeling ICD10

Voor het declareren van een DOT-zorgproduct is het is van belang om de diagnose goed vast te leggen. In het DOT systeem zal de diagnose uit de typeringslijst per 2015 worden vertaald naar de ICD-10 codering.

Vanaf 2015 is het typeren van zorg middels de ICD10 noodzakelijk voor de declaratie en zal later in 2016 ook nodig zijn voor de afleiding van DOT –zorgproducten. De DOT-expertisegroep heeft al inbreng geleverd bij het project ICD10 om de koppeling met de bestaande diagnosen en de ICD10 te onderzoeken. Een nieuwe ronde commentaar op deze vertaalslag vindt momenteel plaats. 

Registratieregels

Voor de hematologie  gelden uitzonderingen op de registratieregels om de geleverde zorg af te laten leiden naar een declarabel zorgproduct.. De uitzonderingen staan vermeld in het document getiteld ‘Registratieregels’. Hieronder eerst een korte samenvatting van de reguliere regels. Daarna de uitzonderingen die van toepassing zijn voor de hematologie.

Algemene regels voor het openen van een zorgtraject:

  • Bij zorgtype 11 (initieel) en 21 (vervolg) : een zorgtraject wordt geopend wanneer een patiënt, die nog geen zorgtraject heeft, met een zorgvraag bij de instelling komt.
  • Bij zorgtype 13 (intercollegiaal consult): een poortspecialist verricht een ICC bij een patiënt die klinisch is opgenomen.

 Algemene regels voor het openen van een subtraject:

  • Bij een nieuw zorgtraject.
  • Als een reguliere behandeling of controletraject na het afsluiten van een subtraject met zorgtype 11 of 21 wordt vervolgd (m.a.w. de patiënt is nog niet uitbehandeld).
  • Als binnen 365 dagen (in 2015 120 dagen) na afsluiten van het voorgaande subtraject een zorgactiviteit wordt geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject moet aansluitend op het voorgaande subtraject (zorgtype 11 of 21) een vervolg subtraject worden geopend.

 Algemene regels voor het sluiten van een zorgtraject:

  • Bij zorgtrajecten met zorgtype 11 of 21.
    • Wanneer de patiënt is overleden.
    • Wanneer 365 dagen (in 2015 120 dagen)  na sluiten van een subtraject geen zorgactiviteiten meer zijn geregistreerd of zijn ingepland.
  • Bij zorgtrajecten met zorgtype 13.
    • Sluiting bij ontslag van de patiënt uit de kliniek.

Algemene regels voor het sluiten van een subtraject:

  • Bij een klinisch subtraject met zorgtype 11 of 21: Op de 42e dag na ontslagdatum.
    • Als binnen deze 42 dagen nog een dagverpleging of operatieve ingreep plaatsvindt wordt toch afgesloten op de 42e dag na ontslagdatum.
    • Als binnen deze 42 dagen een klinische (her)opname plaatsvindt wordt afgesloten op de 42e dag na ontslagdatum van de (her)opname.
  • Bij een niet-klinisch subtraject met operatieve ingrepen met zorgtype 11 of 21: op de 42e dag na de operatieve ingreep.
    • Wanneer binnen deze 42 dagen opnieuw een operatieve ingreep plaatsvindt wordt afgesloten 42 dagen na de laatste ingreep.
  • Bij een niet-klinisch subtraject met conservatieve behandeling:
    • Bij zorgtype 11 op de 90e dag na opening van het subtraject.
    • Bij zorgtype 21 op de 365e dag (in 2015 120e dag)  na opening van het subtraject.
  • Als het subtraject op de 365e dag (in 2015 120 dage)  nog openstaat wordt hij automatisch afgesloten.

Belangrijk! Vanaf 2015 hebben de subtrajecten een maximum looptijd van 120 dagen.  De algemene regels hierboven gelden dus tot 2015, daarna zullen de subtrajecten niet langer meer 365 dagen duren, maar maximaal 120.

We zullen hieronder nog ingaan op de registratieregels die specifiek voor de hematologie gelden. We willen u daarnaast ook wijzen op de website waar de meest recente versie van de registratieregels staan. DOT is nog steeds onderhevig aan veranderingen waardoor het belangrijk is dat u de laatste versie van het registratie-document gebruikt. We verwijzen u naar de website van DBC-Onderhoud die de registratieregels beheert en wijzigt. U kunt klikken op de volgende link:

http://www.dbconderhoud.nl/zz-releases/algemeen-4/nu-geldende-documenten/menu-id-1954

De uitzonderingen voor de hematologie zijn (bron Registratieregels Versie 20140501):

Initieel subtraject

  • Wanneer binnen een initieel (zorgtype 11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie.

Klinisch subtraject

  • Een klinisch subtraject (zorgtype 21) met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie - behalve bij acute leukemie - wordt voor elke nieuwe toediening afgesloten. Het subtraject wordt dan één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Voor het afsluiten van een klinisch subtraject met medicinale behandeling per infuus of injectie - behalve bij acute leukemie - waarbij géén nieuwe toediening binnen 42 dagen na ontslag plaatsvindt, gelden de algemene afsluitregels (i.e. op de 42e dag na ontslagdatum).
  • Voor orale oncologische medicatie gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie, wordt het subtraject met zorgtype 21 een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.

Niet-klinisch subtraject

  • Een niet-klinisch zorgtype 21 subtraject met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie – behalve bij acute leukemie – wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen de 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt dan één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Registratieregels chemo immuno

Voor het registeren van chemo en immunotherapie is het van belang om de registratieregels in acht te nemen. Zie ook de eerder vermelde link naar het laatst verschenen registratieregel document. Een belangrijk onderdeel in de registratie van chemo en immuno is dat de verstrekking leidend is boven de begeleiding.

Registratieregel:

Voor orale oncologische medicatie geldt dat het zorgtype 21 subtraject 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie, wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie.

In afstemming met de NVMO zijn de volgende voorbeelden gegeven die deze registratieregel beter toelicht. Per 1-1-2015 is er een verandering in de wetgeving van dure geneesmiddelen (zie hierboven vermeld in de nieuwsbrief). Dit zal tot gevolg hebben dat zo goed als alle geneesmiddelen van de hematologie als add-on zullen worden gedeclareerd en dus geen rol hebben bij de afleiding van zorgproducten.

Voorbeeld 1:  Adjuvante setting, 4 x AC gevolgd door 4 x herceptin met wekelijks taxol gevolgd door herceptin en hormonale therapie. De registratie is als volgt:

  • 4 x AC = bij elke kuur code verstrekking niet gemetastaseerd .
  • 4 x herceptin en wekelijks taxol = bij taxol samen met herceptin code verstrekking chemo-immunotherapie, bij elke "losse" taxol code verstrekking niet gemetastaseerd.
  • Herceptin en hormonale therapie = bij elke kuur herceptin code verstrekking immunotherapie, de code begeleiding hormonale therapie pas registreren NA de herceptin, tijdens de herceptin gaat de verstrekking boven de begeleiding.

Voorbeeld 2 : Capecitabine met bevacizumab bij gemetastaseerd colon carcinoom. Bij elke kuur alleen code verstrekkend immunotherapie registreren. Hier mag de begeleidingscode orale chemo niet geregistreerd worden en dus ook geen combi van chemo-immuno therapie.

Voorbeeld 3:  FOLFOX met bevacizumab of panitumu/cetuximab. Dag 1 code chemo -immunotherapie verstrekking. Dag 2 en 3 bij klinische opname, of contact bij pomp op de dagbehandeling, verstrekking chemo bij gemetastaseerde ziekte registreren.

Voorbeeld 4:  R-FC (oraal FC), verstrekkingscode immunotherapie op dag Rituximab. De code begeleiding orale chemotherapie is hier niet toegestaan; de vertrekking gaat boven de begeleiding

Voorbeeld 5:  R-CVP (vincristine iv, cyclofosfamide oraal) verstrekkingscode chemo-immunotherapie op dag Rituximab en Vincristine. De code begeleiding orale chemotherapie is niet toegestaan; de vertrekking gaat boven de begeleiding. Indien vincristine door bijv neuropathie niet meer gegeven wordt, dan wordt de verstekkingscode immunotherapie.

Voorbeeld 6:  CHOP: verstrekkingscode chemotherapie, prednison heeft geen invloed op registratie.

Voorbeeld 7:  VCD (V=bortezomib sc, C= cyclofosfamide iv). Verstrekkingscode chemo-immuno-therapie op dagen dat zowel V en C worden gegeven, verstrekkingscode immunotherapie op dagen dat alleen V wordt gegeven. Dexamethason heeft geen invloed op registratie.

Voorbeeld 8:  MP-V: verstrekkingscode immunotherapie op dag Bortezomib (V). De code begeleiding orale chemotherapie niet toegestaan; de vertrekking gaat boven de begeleiding).

Voorbeeld 9:  REP: begeleidingscode orale chemo-immuno op dag van het face to face contact (looptijd 42 dagen).

Classificatie immuno-chemo

Soms is het niet duidelijk of een behandeling onder chemotherapie of onder immunotherapie valt. Om landelijk met alle behandelaren op dezelfde manier te registreren en declareren heeft de DOT expertisegroep een overzicht gemaakt van de classificatie van twijfelgevallen . Zie onderstaande tabel voor het overzicht. Groeifactoren en immuunglobulinen hebben geen bewezen anti-tumor effect. Aangezien dit een vereiste is voor medicinale oncologische therapie, kunnen ze niet als chemo of immunotherapie worden geregistreerd en zijn ze niet opgenomen in onderstaande lijst Deze lijst is afgestemd met de NVMO, zodat we landelijk op uniforme wijze gaan registreren. Wij adviseren u bij de verstrekking registratie van anti tumormiddelen onderstaande indeling aan te houden.

 

Soort

voorstel

bijzonderheden

Anagrelide

immuno

Kinaseremmers

immuno

Bortezomib (ea proteasoomremmers)

immuno

Monoclonale antistoffen

immuno

Prednison

Geen

Immunosuppressiva

Merendeel is chemo, deel is immuno

Endoxan, Imuran: chemo; bv monoklonale as: immuno

Retinoïden

immuno

 

Wijzigingsverzoeken

Elk jaar vinden er een aantal nieuwe uitleveringen plaats van de DOT-productstructuur. DBC-onderhoud en de NZa hebben echter aangekondigd om het aantal releases te beperken om zo meer rust te creëren voor het systeem. Dit houdt in dat er minder mogelijkheden zijn om wijzigingen door te voeren. (http://www.dbconderhoud.nl/dbc-onderhoud-nieuws/2015-rust-voor-dbc-systematiek-2/menu-id-1831).

In 2015 zullen er alleen noodzakelijke wijzigingen worden doorgevoerd die vanuit het veld worden aangevraagd. Dit heeft mede te maken omdat er in de release van 2015 drie grote projecten gerealiseerd dienen te worden en die alle specialismen zullen raken. Het gaat om de verkorting doorlooptijden en het ICD10 –project, zoals eerder toegelicht in deze nieuwsbrief. Daarnaast zullen er in 2015 integrale tarieven worden geïntroduceerd. Bij het project integrale tarieven zal het honorarium van de specialist onderdeel worden van het tarief van de zorgproducten. Elke instelling is vrij om te beslissen hoe het integrale tarief tot stand komt.

 De DOT expertisegroep heeft zich bezig gehouden met het opstellen van de volgende wijzigingsverzoeken waarover u later geïnformeerd zult worden of ze zijn gehonoreerd:

Gemetasteerde ziekte

Door NVvH ingediend maar nog niet gehonoreerd wijzigingsverzoek

De DOT terminologie die voor solide tumoren geldt leidt tot onduidelijkheid in de registratie van hematologische maligniteiten. In plaats van de terminologie ‘bij gemetastaseerde tumoren’ zouden we liever ‘Bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten’ gebruikt worden. Hiertoe is bij DBCO een wijzigingsverzoek ingediend. Dit houdt in dat er van 4 zorgactiviteiten en 6 zorgproducten de naam moet worden aangepast en dat er voor de hematologie 6 overbodige zorgproducten verdwijnen.

Huidige situatie mbt ZA:

 

39142

Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren.

39148

Verstrekking hormoontherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren.

39892

Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie 039142), bij gemetastaseerde tumoren.

39923

Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met hormoontherapie bij gemetastaseerde tumoren.

 

 

Gewenste situatie mbt ZA:

 

39142

Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten

39148

Verstrekking hormoontherapie per infuus of per injectie bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten

39892

Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle toedieningsvormen exclusief per infuus of per injectie (zie 039142), bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten.

39923

Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met hormoontherapie bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten

 

 

Zorgproducten:

 

Zorgproducten die ipv ‘bij gemetastaserde tumoren’ ‘bij gemetastaseerde of hematologische maligniteiten’ gaan heten

Zorgproducten die verdwijnen, omdat niet gemetastaseerde ziekte bij hematologie niet meer bestaat

028999031

028999038

028999030

028999037

028999029

028999036

028999028

028999035

028999066

028999068

028999065

028999067

 

Registratieregel acute leukemie

Door NVvH Ingediend maar nog niet gehonoreerd wijzigingsverzoek

Vanwege de aanscherping van de definitie van dagverpleging door de NZa, kan er niet meer worden voldaan aan de 30 dagen regel bij de DOT acute leukemie. Het gaat hier om zorgproduct 2899007.

Door de aanscherping zullen er trajecten tot uitval gaan leiden omdat er niet wordt voldaan aan de 30 dagen regel. Voorstel is om ZA 039143 ‘verstrekking chemotherapie bij acute leukemie’ ook mee te laten tellen bij de optelsom van dagbehandelingen en verpleegdagen. Dit omdat deze verstrekking tegenwoordig poliklinisch kan plaatsvinden, mede samenhangend met de nieuwe definitie dagbehandeling.

Sib typering zonder identieke match

Door NVvH ingediend maar nog niet gehonoreerd wijzigingsverzoek

Er dient een oplossing gezocht te worden voor de Sib typeringen zonder identieke match waarbij wel werk wordt gedaan maar geen DOT product kan worden afgeleid. Er is sprake van een zwevende verrichting die niet leidt tot een declarabel product. De wijze van registreren is nu per centrum verschillend.

Voorstel is om de toegang tot de stamceltransplantatie boom aan te passen zodat de sibtyperingen ook landen in de boom, ook indien er dus geen SCT plaatsvindt.

Hemofilie specifieke activiteiten

Door Nederlandse Vereniging voor Hemofilie behandelaren (NVHB) ingediend maar nog niet gehonoreerd wijzigingsverzoek

Probleem: ZA 39140 die producttyperend wordt uitgevraagd in cluster "met activiteiten hemofilie specifiek" is bedoeld voor kinderen! De ZP-en met diagnose 313_741, 742 en 749 inZPG 39899 doen geen recht aan de zorgzwaarte van deze groep patiënten.

Aangedragen oplossing: cluster "met activiteiten hemofilie specifiek" aanpassen voor volwassenen.

 

DOT Sessie NVvH - 27 mei 2014 in de Jaarbeurs te Utrecht

Deze sessie had een interactieve opzet waarbij casuïstiek (“hoe registreer ik …?”), gesignaleerde (administratieve) fouten, én tips & tricks (toegespitst op de hematologie) aan bod kwamen. Tijdens de DOT-DBC sessie werd besproken hoe binnen de hematologie (waar relevant in overleg met de medische oncologie) met een aantal gesignaleerde knelpunten binnen de zorg- en subtrajecten zal worden omgegaan. Hierbij kunt u denken aan definitiekwesties (bijv. wel/niet gemetastaseerd), de registratie van chemo-immunotherapie, palliatieve zorg. Ook zal worden besproken op welke wijze dit met DBC-onderhoud en de NZA wordt kortgesloten.

Uw casuïstiek, gesignaleerde knelpunten, maar uiteraard ook uw slimme oplossingen kunt u nog altijd sturen naar Alma Rippen ( a.w.rippen@amc.uva.nl) .

In januari 2013 hebben leden van de NVvH de eerste DOT Hematologie Nieuwsbrief ontvangen. De integrale tekst daarvan is op deze pagina geplaatst en zal worden aangevuld zodra nieuwe informatie beschikbaar komt.

Momenteel wordt al ruim een jaar gewerkt met DOT in de ziekenhuiszorg. Tijdens dit jaar is veel ervaring opgedaan en zijn enkele onvolledigheden in de productstructuur opgemerkt die geleid hebben tot een wijziging van de productstructuur.

De infomatie op deze pagina is opgesteld in opdracht van de NVvH-HOVON expertsegroep om de behandelaars te informeren over die wijzigingen in de DOT productstructuur die plaatsgevonden hebben of plaats gaan vinden en van belang zijn voor de hematologische praktijk.

DOT = DBC's Op weg naar Transparantie

Allereerst zal eerst een algemene introductie worden gegeven over de DOT productstructuur en de algemene registratieregels. Vervolgens wordt toegelicht hoe de doorontwikkeling van de DOT productstructuur wordt vormgegeven.

Daarna zal specifiek ingegaan worden op de productstructuur voor Hematologie. Eerst worden de uitzonderingen op de registratieregels behandeld voor medicinale oncologische behandeling bij acute leukemie. Vervolgens worden de wijzigingen in de productstructuur van Hematologie toegelicht die, aan de hand van ingediende wijzigingsverzoeken, hebben plaatsgevonden of gaan plaatsvinden. 

Nieuw

Algemeen DBC’s en DOT

DBC’s op weg naar transparantie

Per 1 januari 2012 is de DBC systematiek, die ingevoerd was vanaf 2005, vervangen door een systematiek van DBC Zorgproducten, bekend als de DOT-systematiek. Bij de DOT-systematiek worden zorgactiviteiten geregistreerd bij een patiënt en vervolgens leidt een centrale computer (de Grouper) op basis van deze zorgactiviteiten het zorgproduct af.

De nieuwe productstructuur is gebaseerd op de ICD10 (International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems). De bestaande DBC diagnoses worden gekoppeld aan de ICD-10 diagnoses. Zorgproducten zijn beter medisch herkenbaar, kostenhomogener en niet meer gekoppeld aan een specialisme maar specialisme overstijgend. Het totaal aantal van 45.000 DBC’s is teruggebracht naar 4.800 zorgproducten.

De bepaling van alle zorgproducten gebeurt door middel van een beslisboomstructuur. Op basis van stapsgewijze keuzes wordt bepaald naar welk zorgproduct een aangeboden gegevensset van een patiënt zal leiden binnen een bepaalde zorgproductgroep. Elke zorgproductgroep bestaat uit één unieke beslisboom met zorgproducten. De beslisboom beschrijft de criteria op grond waarvan het geleverde zorgproduct wordt afgeleid in de vorm van beslisregels. De beslisregels bestaan uit de typerende diagnose en typerende zorgactiviteiten.

Registratieregels

Er zijn algemene regels opgesteld over het openen en sluiten van zorg- en subtrajecten binnen de DOT registratie. Deze zijn terug te vinden op de site van DBC Onderhoud, document ‘Registratieregels’. In het kort worden de belangrijkste regels voor het openen en sluiten van zorg- en subtrajecten benoemd.

Algemene regels voor het openen van een zorgtraject:

  • Bij zorgtype 11 en 21: een zorgtraject wordt geopend wanneer een patiënt, die nog geen zorgtraject heeft, met een zorgvraag bij de instelling komt.
  • Bij zorgtype 13: een poortspecialist verricht een ICC bij een patiënt die klinisch is opgenomen

Algemene regels voor het openen van een subtraject:

  • Bij een nieuw zorgtraject
  • Als een reguliere behandeling of controletraject na het afsluiten van een subtraject met zorgtype 11 of 21 wordt vervolgd (m.a.w. de patiënt is nog niet uitbehandeld)
  • Als binnen 365 dagen na afsluiten van het voorgaande subtraject een zorgactiviteit wordt geregistreerd in het kader van de zorgvraag van het betreffende zorgtraject moet aansluitend op het voorgaande subtraject (zorgtype 11 of 21) een vervolg subtraject worden geopend.

Algemene regels voor het sluiten van een zorgtraject:

  • Bij zorgtrajecten met zorgtype 11 of 21
    • Wanneer de patiënt is overleden
    • Wanneer 365 dagen na sluiten van een subtraject geen zorgactiviteiten meer zijn geregistreerd of zijn ingepland.
  • Bij zorgtrajecten met zorgtype 13
    • Sluiting bij ontslag van de patiënt uit de kliniek

Algemene regels voor het sluiten van een subtraject:

  • Bij een klinisch subtraject met zorgtype 11 of 21: Op de 42e dag na ontslagdatum
    • Als binnen deze 42 dagen nog een dagverpleging of operatieve ingreep plaatsvindt wordt toch afgesloten op de 42e dag na ontslagdatum
    • Als binnen deze 42 dagen een klinische (her)opname plaatsvindt wordt afgesloten op de 42e dag na ontslagdatum van de (her)opname
  • Bij een niet-klinisch subtraject met operatieve ingrepen met zorgtype 11 of 21: op de 42e dag na de operatieve ingreep
    • Wanneer binnen deze 42 dagen opnieuw een operatieve ingreep plaatsvindt wordt afgesloten 42 dagen na de laatste ingreep
  • Bij een niet-klinisch subtraject met conservatieve behandeling:
    • Bij zorgtype 11 op de 90e dag na opening van het subtraject
    • Bij zorgtype 21 op de 365e dag na opening van het subtraject
  • Als het subtraject op de 365e dag nog openstaat wordt hij automatisch afgesloten

Doorontwikkeling DOT productstructuur

De DBC-structuur is nooit helemaal af, er is altijd sprake van doorontwikkeling. Deze wijzigingen vinden thematisch plaats en ook ad hoc.

Doorontwikkelagenda

DBC-Onderhoud heeft, in overleg met veldpartijen, een doorontwikkelagenda opgesteld waarop de thema’s staan die structureel meer aandacht vragen. Daarnaast is het voor gebruikers van de DBC-systematiek, maar ook voor overheid en branchepartijen, mogelijk om wijzigingsverzoeken in te dienen waarmee een wijziging in de bestaande systematiek wordt aangevraagd.

Een wijzigingsverzoek die een dermate grote wijziging vraagt dat een project opgestart moet worden kan ook toegevoegd worden op de doorontwikkelagenda.

Procedure wijzigingsverzoek

Via de site van DBC-Onderhoud (www.dbconderhoud.nl) kan het aanvraagformulier voor een wijziging worden gedownload. Het ingevulde formulier wordt ingediend via intake@dbconderhoud.nl. DBC-Onderhoud geeft vervolgens na een eerste analyse een Go of No Go af voor verdere behandeling van het wijzigingsverzoek.

Vervolgens wordt een verdere analyse uitgevoerd waarbij nader overleg plaatsvindt met belanghebbenden. Betreffende de wijzigingen voor Hematologie zal via de NIV ook de NVvH intensief bij dit proces betrokken worden. De NIV is hierbij de primaire gesprekspartner van DBC-Onderhoud. Vanuit deze analyse wordt een ‘advies wijzigingsverzoek’ afgegeven. Een positief advies bevat ook de functionele specificaties voor wijziging in de systematiek.

DBC-Onderhoud dient dit advies daarna in bij de NZa en geeft een terugkoppeling aan de indiener van het wijzigingsverzoek. De NZa zal een inhoudelijke beoordeling geven en een besluit nemen. Na een positief besluit van de NZa wordt de wijziging door DBC-Onderhoud verwerkt in de productstructuur.

Nieuw releases

Ingediende wijzigingsverzoeken worden niet continue doorgevoerd in de productstructuur. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat de gebruikers vele malen de nieuwe productstructuur moeten inladen en het vergroot de kans dat gebruikers werken met een ‘oude’ versie.

De ingediende wijzigingsverzoeken vormen de basis van de doorontwikkeling. De systematiek kent een jaarlijkse cyclus waarbij een eerste uitlevering van het nieuwe DBC-pakket in het najaar plaatsvindt (beleidsrijke release) en tijdens het jaar maximaal drie kleinere tussentijdse updates worden geïmplementeerd (vervolgreleases).

Als een wijzigingsverzoek volgens de procedure is ingediend en goedgekeurd komt het op de agenda van de eerstvolgende grote uitlevering. DBC-Onderhoud verwerkt de wijzigingen zoveel mogelijk in één jaarlijkse release per kalenderjaar. De tussentijdse releases bevatten spoedeisende wijzigingen die maximaal drie keer per jaar plaatsvinden.

Na goedkeuring van een release door de NZa is het pakket te downloaden via de website van DBC-Onderhoud. De ICT specificaties van een nieuwe release worden uiterlijk een half jaar voor de ingangsdatum bekend zodat de ICT-leveranciers de benodigde voorbereidingen kunnen treffen. Het DBC-pakket bestaat uit vele tabellen waarin alle mogelijke zorgproducten zijn opgenomen. Gebruikers van het pakket (zorginstellingen en zorgverzekeraars) nemen de tabellen op in hun ICT-systeem en gebruiken het pakket als basis voor het registreren, declareren en betalen van de zorg.

Planning releases

De eerste releases voor 2013 zijn in november 2012 opgeleverd. Dit betrof de releases RZ13a en RZ13b. Gedurende het jaar 2013 kunnen eventueel nog de releases RZ13c en RZ13d worden uitgeleverd voor spoedeisende wijzigingen.

Vanaf de zomer van 2012 wordt ook gewerkt aan de releases voor 2014. Tot half januari 2013 konden wijzigingsverzoeken ingediend worden die meegenomen worden in de release RZ14a die volgens planning in het najaar van 2013 wordt uitgeleverd.

DOT bij Hematologie

Voor Hematologie worden, op basis van de diagnosecodes 701 t/m 799, de volgende zorgproductgroepen het meest gebruikt bij de registratie. 

039999

Bloed/bloedv org/immuunsyst - Voedings-/hemolytische-/ aplastische-/ anemie nec-/ ziekte bloed/- vormende organen nec

028999

Nieuwvormingen – Maligne-en neoplasmata onzeker/onbekend gedrag overige / niet gespecificeerde lokalisaties

039899

Bloed/bloedv org/ immuunsyst- Stollingsst/ purpura/ ov hemorr aand/ bep aand immuunsyst (excl sarcoidose long)

979003

Stamceltransplantatie (autoloog en allogeen) (incl. WBMV)

 

Productgroepen die minder vaak gebruikt worden maar wel bij specifieke diagnosecodes kunnen voorkomen bij Hematologie:

131999

Botspierstelsel - bindweefsel/ Letsel - ziekten botspierstelsel/ bindweefsel en late gevolgen/ vroege compl trauma

Diagnose: 722

179799

Congenitaal/chromosomaal – Cong misvormingen zenuwst/hart/vaatst/ aangezicht/ hals/ spijsvert st/ gespl lip/ gehemelte/ ov

Diagnose: 714

49799

Endocrien/voeding/stofwisseling - stofwisselingsstoornissen

Diagnose: 781

90501

Hart en vaatstelsel - Pulmonale hartziekten/ ziekten longcirculatie

Diagnose: 732

99799

Hart en vaatstelsel - Ziekten venen/ lymfevaten/ lymfeklieren niet elders geclassificeerd

Diagnose: 731

 

Er wordt hier verder niet specifiek ingegaan op de verschillende boomstructuren van de zorgproductgroepen. Er wordt vanuit gegaan dat het werken met de DOT systematiek in 2012 heeft geleid tot veel aanwezige kennis over deze structuur. Als hierover vragen zijn dan kunt u deze toesturen aan het e-mailadres dat is vermeld onderaan deze pagina.

Wel wordt specifiek ingegaan op de registratieregels van de medicinale oncologie. Deze registratieregels wijken af van de algemene registratieregels.

Registratieregels medicinale oncologische behandeling bij acute leukemie

Op de algemene regels voor het openen en sluiten van zorgtrajecten en subtrajecten gelden een aantal uitzonderingen. De medicinale oncologische behandeling bij acute leukemie is één van de uitzonderingen.

Toediening per infuus of per injectie

Medicinale oncologische behandeling per infuus of per injectie bij acute leukemie wordt geregistreerd met de van toepassing zijnde verstrekkingscodevoor deze zorgactiviteit:

039143   Verstrekking chemotherapie per infuus of per injectie bij acute leukemie

Deze zorgactiviteit wordt geregistreerd per toediening. Gezien de wijze waarop de Grouper de zorgproducten afleidt is het van belang deze activiteit tijdig en consequent vast te leggen.

Orale medicinale oncologische behandeling

Orale medicinale oncologische behandeling bij acute leukemie wordt vastgelegd met de van toepassing zijnde begeleidingscode, voor deze zorgactiviteit:

039893  Begeleiding tijdens de behandeling met chemotherapie, alle toedieningsvormen excl. per infuus of per injectie (zie 039143) bij acute leukemie

De zorgactiviteiten voor begeleiding van patiënten tijdens orale medicinale oncologische behandeling staan voor het gekozen behandelbeleid bij de patiënt. De zorgactiviteiten voor de begeleiding mogen alleen worden geregistreerd wanneer er sprake is van een face-to-face contact tussen patiënt en medisch specialist. Een face-to-face contact in deze situatie blijkt uit de aanwezigheid van een zorgactiviteit voor poliklinische, klinische of dagverplegingsetting. Het is ook mogelijk een herhaalconsult via een videoconsult uit te voeren. Vanaf 2013 wordt dit videoconsult op dezelfde manier bekostigd als een fysiek herhaalconsult. Het eerste contact tussen medisch specialist en patiënt blijft wel altijd een fysiek consult.

Sluiten van klinische subtrajecten bij medicinale oncologische behandeling bij acute leukemie per infuus of per injectie

Bij een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie van acute leukemie wordt het zorgtype 21 subtraject gesloten op iedere 30e behandeldag (klinisch dag respectievelijk dagverplegingsdag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.

Sluiten van klinische subtrajecten bij orale medicinale oncologische behandeling bij acute leukemie

Voor orale oncologische medicatie bij acute leukemie geldt de algemene regel dat het subtraject op de 42e dag na ontslag uit de kliniek afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie gesloten en een nieuw subtraject geopend op de dag van de andere therapie.           

Medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie

Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.

Relevante wijzigingen 2013

Gedurende 2012 zijn meerdere wijzigingsverzoeken ingediend die betrekking hebben op de zorgproductgroepen die gebruikt worden door de Hematologie. Onderstaand worden de meest relevante wijzigingen beschreven.

Zorgproductgroep 039999

Voor een aantal diagnoses in deze zorgproductgroep wordt in de praktijk chemo en/of immunotherapie toegepast. In de beslisboom zoals hij in 2012 in gebruik was kwamen deze patiënten terecht in zorgproducten poliklinisch/licht ambulant of dag terecht. Het was ook niet mogelijk bij een groot aantal diagnoses de chemo- of immunotherapie goed te registreren. 

Om dit probleem op te lossen zijn aan bestaande zorgproducten zorgactiviteiten toegevoegd. Deze wijziging geldt voor alle diagnosen in deze zorgproductgroep behalve diagnose HUS (excl. TTP). Hiervoor gelden namelijk aparte zorgproducten.

De wijziging heeft plaatsgevonden bij de bestaande zorgproducten ‘chemo-immunotherapie’ waarbij de volgende zorgactiviteiten de onderscheidende activiteiten zijn:

039895  Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met chemo-immunotherapie

039145  Intraveneuze of intrathecale verstrekking chemo-immunotherapie

 

Bij deze producten zijn de zorgactiviteiten voor chemo- en immunotherapie toegevoegd.

039894  Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met chemotherapie bij niet-oncologische diagnosen

039144  Intraveneuze of intrathecale verstrekking chemotherapie bij niet-oncologische diagnosen

039896  Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met immunotherapie

039146  Verstrekking immunotherapie via infuus of injectie

Zorgproductgroep 979003

Een wijzigingsverzoek is ingediend omdat immunotherapie leidde tot uitval als er sprake was van een nazorgtraject van stamceltransplantatie. Deze uitval werd veroorzaakt doordat de zorgactiviteiten die hierbij geregistreerd werden waren opgenomen onder de zorgactiviteiten die standaard uitval veroorzaakte. Het betreft de zorgactiviteiten:

039146  Verstrekking immunotherapie via infuus of injectie

039896  Begeleiding van patiënten tijdens de behandeling met immunotherapie

Deze zorgactiviteiten zijn in de productstructuur voor 2013 uit de standaard uitval verwijderd waardoor ze niet langer afleiden naar een uitval product.

 

Daarnaast zijn tevens in deze zorgproductgroep nieuwe zorgactiviteiten ontwikkeld voor search/selectie en afname/aankoop.

039283 - Afname stamcellen allogeen verwante donor bij stamceltransplantatie

039237 - Selectie stamcellen allogeen verwante donor bij stamceltransplantatie

 

De verandering in de beslisboom ziet er vanaf het knooppunt search/selectie/afname als volgt uit:

Verandering beslisbom 2012-2013

Beslisboom 2012

Beslisboom 2013

Ontwikkeling 2014

Sinds medio 2012 wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van de productstructuur in 2014. Wijzigingen die meegenomen worden in de ontwikkeling van 2014 kunnen niet meer ingediend worden. Hiervoor was de deadline medio januari 2013. Alle wijzigingsverzoeken die nu nog ingediend worden gaan mee in de doorontwikkeling voor de productstructuur 2015 en verder.

Met betrekking tot zorgproductgroep 979003 zijn in 2013 enkele wijzigingen doorgevoerd. Voor de ontwikkeling 2014 is voorgesteld met betrekking tot het uitvalproduct 979003025 een wijziging door te voeren. Wanneer momenteel namelijk een hertransplantatie plaatsvindt valt het product uit omdat de search/selectie al eerder heeft plaatsgevonden en niet meer gedeclareerd wordt. Zorgproduct 979003025 zou dan beschikbaar moeten komen voor ‘Afname bij verwante donor in geval van hertransplantatie’

Daarnaast worden met betrekking tot dezelfde zorgproductgroep en onderwerp de volgende twee issues aan het beoordelingsteam van DBC Onderhoud voorgelegd voor een wijziging in 2014:

  • het moet mogelijk zijn om in de beslisboom te komen ook als er geen transplantatie plaatsvindt
  • er moet onderscheid komen tussen selectie en afname in de beslisboom

In de beslisboom van zorgproductgroep 039899 is een wijzigingsverzoek aangevraagd met betrekking tot de diagnosecodes 741 (Hemofilie) 742 (Von Willebrandziekte) en 749 (Overige hemorragische diathese o.b.v. stollingstoornis). De reden van dit verzoek was dat de behandeling van deze diagnoses zich niet verhoudt tot de andere diagnoses in deze zorgproductgroep en dat deze veelal uitgevoerd wordt in hemofilie expertcentra. De wens is in de beslisboom onderscheid te kunnen maken tussen deze producten en de overige producten. Er wordt door DBC Onderhoud in afstemming met de werkgroep bij de NVvH bekeken of het mogelijk is nieuwe producten te ontwikkelen voor de zorg in de hemofilie expertcentra met kostendragende zorgactiviteiten voor deze behandelingen

Doorontwikkeling 2015 en verder

Enkele wijzigingsverzoeken die nu zijn ingediend zijn doorgeschoven naar de doorontwikkelagenda voor 2015 en verder. Tevens zullen alle wijzigingsverzoeken die nu nog nieuw ingediend worden ook voor 2015 worden meegenomen.

Momenteel zullen de volgende onderwerpen/wijzigingen worden meegenomen in de doorontwikkeling. Het feit dat ze meegenomen worden in de doorontwikkeling betekent niet dat de wijziging ook wordt doorgevoerd. Hierover vindt volgens de beschreven procedure door DBC Onderhoud en de NZa onderzoek en besluitvorming plaats.

Binnen de zorgproductgroep 039999 is verzocht een nieuw ambulant zorgproduct te ontwikkelen voor een poliklinisch consult met meer dan 6 polikliniekbezoeken. Voor de productstructuur van 2014 is dit verzoek afgewezen omdat het niet voldeed aan de eisen van de analyse. Een nieuw product mag namelijk alleen ingevoerd worden wanneer de omzet landelijk boven de 0,5 miljoen euro komt en er landelijk meer dan 500 trajecten geregistreerd zijn waar dit op van toepassing zou zijn. Voor de doorontwikkeling is met DBC Onderhoud besproken dat nadere analyse zal plaatsvinden, samen met de NIV, om te bekijken of hier een wijziging kan worden doorgevoerd.

Voor zorgproductgroep 028999 is een wijzigingsverzoek ingediend om zorgproduct 028999 (klinisch (zeer)lang) op te splitsen in 3 verschillende producten. Met deze producten kan een onderscheid gemaakt worden tussen inductiebehandeling, consolidatiebehandeling en onderhoudsbehandeling. Dit verzoek is voor de productstructuren 2013/2014 afgewezen omdat het niet voldeed aan de criteria omtrent omzet en aantal producten. Bij de doorontwikkeling zal op basis van de nieuwe dataset bekeken worden of het toevoegen van deze producten wel voldoet aan de criteria.

DOT Websites:

www.hematologienederland.nl/dot

www.internisten.nl/beroepsbelangen/dot

www.dbconderhoud.nl

Zelf een wijzigingsverzoek indienen

Mocht u zelf een wijzigingsverzoek willen indienen willen we u vragen dit verzoek te sturen aan de NVvH en/of de NIV (vanuit de NIV zal het ook de NVvH bereiken). De verenigingen dragen vervolgens zorg voor het indienen van het verzoek bij DBC Onderhoud. Dan is bij de vereniging een volledig overzicht van de lopende wijzigingsverzoeken aanwezig en kunnen lopende wijzigingsverzoeken gemonitord worden.