You are here

Arbeidsmarktperspectief

Dashboard

Ontwikkeling arbeidsperspectief 2011 - 2016

Met enige regelmaat circuleren berichten dat het vinden van een (vaste) baan moeilijker wordt voor jonge hematologen. Dat stemt uiteraard niet optimistisch, maar worden deze vermoedens ook door de cijfers ondersteund? Het Capaciteitsorgaan en de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) voeren bij tussenpozen behoefteramingen uit. In deze metingen ontbreken evenwel gedetailleerde getallen voor de individuele differentiaties.

De eerste meting van 2011

De Nederlandse Vereniging voor Hematologie (NVvH) en haar juniorvereniging (JNVvH) vinden het belangrijk om de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te volgen. Om die reden werd in 2011 een korte online vragenlijst opgesteld waarin naar de ervaringen wordt gevraagd van hen die in de voorafgaande jaren met de opleiding aandachtsgebied/differentiatie hematologie begonnen.

Het doel van de vragenlijst was drieërlei. Allereerst horen wij graag van de hematologen hoe het hen is vergaan na afronding van hun opleiding. Waar zijn zij terechtgekomen en hebben zij hun ideale baan gevonden? Op de tweede plaats zijn wij nieuwsgierig naar de overwegingen die een rol spelen bij de keuze van een werkkring. Ten slotte willen wij inzicht krijgen in (de beoordeling van) het arbeidsmarktperspectief voor jonge hematologen.  

Opleidingsplaatsen 

Tussen 1 januari 2003 en 1 januari 2010 startten gemiddeld 14 AIOS per jaar met de opleiding in de differentiatie hematologie.

De tweede meting in 2014

In 2014 werd wederom een meting verricht, nu onder de 73 hematologen die sinds 1 januari 2007 met de opleiding startten en deze inmiddels hebben afgerond (hematologen in opleiding werden niet aangeschreven). Eind januari 2014 werd per e-mail een verzoek tot het invullen van de vragenlijst verzonden. De vragenlijst kon anoniem worden ingevuld. Vanuit de JNVvH is een groot deel nagebeld.  Op 27 februari 2014 werd de enquête gesloten. De respons was op dat moment 60%

Opleidingsplaatsen 

Tussen 1 januari 2007 en 1 januari 2013 startten gemiddeld 15 AIOS per jaar met de opleiding in de differentiatie hematologie.

Werkkring en tevredenheid geregistreerde hematologen

Ongeveer 50% van de respondenten bekleedt een staffunctie als hematoloog (al dan niet in combinatie met interne/oncologie). Ook een baan als chef-de-clinique (27%) of als internist (7%) komt veel voor. Met name het aantal Chefs-de-clinique is duidelijk toegenomen sinds de eerdere meting (2011: 9 %)

De chefs-de-clinique werken vooral in de academische ziekenhuizen (75%).  Respectievelijk 17% en 8% werkt in de topklinische ziekenhuizen en de periferie. 

Beoordeling arbeidsmarktperspectief

In tegenstelling tot bij de eerste meting, zijn in 2014 zowel de groep jonge klaren als de groep reeds langer geregistreerde hematologen somberder gestemd over de arbeidsperspectieven voor jonge hematologen. Slechts 10% zegt optimistisch te zijn over de arbeidsmarkt ). Men baseert het oordeel vooral op de volgende omstandigheden en oorzaken: een gebrekkige regulering van de instroom, onvoldoende vacatures met name in Randstad, de hoge eisen die aan sollicitanten (kunnen) worden gesteld in vooral de grotere ziekenhuizen (dubbelregistraties, gepromoveerd etc.), onvoldoende doorstroming (artsen vangen ook na hun pensioen nog tijdelijke tekorten op).

Werk lijkt er overigens voldoende te zijn naar de mening van de respondenten (overvolle poli’s). Het zijn vooral de bezuinigingen op dure zorg, de onrust over de financiële positie van maatschappen en de onzekerheid over de “waarde” van de perifere maatschap, die de vraag naar hematologen lijken te remmen.

Naar de mening van respondenten, nemen de kansen op de arbeidsmarkt toe na promotie, dubbelregistratie of een aantal jaren ervaring als chef-de-clinique. De meeste jonge hematologen konden aansluitend tot binnen één maand aan de slag (82%). Bij 11% zaten er 2 tot 5 maanden tussen, en bij slechts 3% duurde die periode 6 maanden tot 1 jaar (zie Bijlage 1 vraag 10). De kansen op het vinden van een vaste baan nemen toe naarmate men langer is geregistreerd.

Conclusie

De belangrijkste conclusies van de 2014 meting zijn:

  • Ten opzichte van 2011 (en ten koste van het aantal internist-hematologen) is het aantal chef-de-clinique functies duidelijk toegenomen (van 9% naar 27%)
  • In 2014 werken meer respondenten op basis van een tijdelijk contract (van 38% in 2011 naar nu 55%)
  • Het percentage respondenten dat fulltime werkt daalde van 61% (2011) naar 34% (2014)
  • Op dit moment zijn 2 personen uit de gehele groep van 73 jonge hematologen werkloos
  • Het optimisme over de kansen op de arbeidsmarkt is duidelijk afgenomen (van 70% in 2011 naar 10% in 2014)

De arbeidsperspectieven lijken achteruit gegaan. Er is een duidelijke disbalans tussen vraag en aanbod. De huidige conjunctuur en het overheidsbeleid zijn deels debet aan de afgenomen vraag naar hematologen (bezuinigingen in de centra, onduidelijkheid over mogelijkheid tot uitbreiden maatschappen, invloed zorgverzekeraars, specialist 2015 etc.). Door het rugzakje-systeem zijn er geen kosten aan het opleiden AIOS verbonden; dit maakt de drempel laag om nieuwe AIOS aan te nemen. Er is onder jonge artsen veel belangstelling voor de differentiatie hematologie.

De verwachting is dat de komende vijf jaar circa 85 hematologen de arbeidsmarkt zullen betreden, terwijl slechts 26 zittende hematologen met pensioen gaan.

De derde meting in 2015

Eind december 2015 werd wederom een verzoek tot het invullen van de vragenlijst verzonden aan 74 jonge hematologen. De vragenlijst kon anoniem worden ingevuld. Ter promotie van de enquête en vergroting respons is door de juniorvereniging JNVvHs de gehele groep nagebeld.

Op 20 februari 2016 werd de enquête gesloten. De respons was op dat moment 60%.

Opleidingsplaatsen 

Tussen 1 januari 2009 en 1 januari 2015 startten gemiddeld 17 AIOS per jaar met de opleiding in de differentiatie hematologie.

Belangrijkste conclusies van de 2015 meting zijn:

  • Ten opzichte van 2014 en 2011 (en ten koste van het aantal staffuncties) is het aantal internist-hematologen dat als chef-de-clinique werkzaam is, verder toegenomen tot 35% (27%; 9%)
  • In 2016 werkten t.o.v. 2014 iets meer respondenten op basis van een vast contract: 51% (45%; 62%)
  • Het percentage respondenten met een fulltime baan steeg t.o.v. 2014 naar 42% (34%; 61%)
  • Het percentage dat optimistisch is over de kansen op de arbeidsmarkt is weliswaar iets gegroeid, maar bedraagt nog altijd slechts 21% (10%; 70%). Tijdens de 2011 meting was de groep langer geregistreerden aanmerkelijk optimistischer dan de groep die net de arbeidsmarkt had betreden. Dat onderscheid is verdwenen.
  • De in-/uitstroom van hematologen is niet in balans. De verwachting is dat de komende vijf jaar circa 85 hematologen de arbeidsmarkt zullen betreden, terwijl slechts 28 hematologen met pensioen gaan.
  • Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt lijken echter wel in balans: alle jonge hematologen hebben werk kunnen vinden.
  • Respondenten zien een tekort aan vacatures voor vaste banen. Er worden vooral veel tijdelijke contracten aangeboden.

(De cijfers van de metingen in 2014 en 2011 zijn als volgt in de tekst aangegeven: 2014 en 2011).